Op terrein Openluchtmuseum

In het parkachtige landschap staan veel bijzondere (vrucht) bomen en planten. Veel bomen zijn gastheer van allerlei soorten bromelia’s, epyifyten en wilde orchideeën. De bomen, planten, vruchten en watertjes trekken insecten, dieren en vogels aan zoals kolibries, papegaaien en andere vogelsoorten. Met een beetje geluk ziet u ook leguanen, kaaimannen, bosspinnen en kameleons.

Tijdens uw wandeling op het terrein komt u tegen:

Kanonnen en mortieren      IMG_2733
Er staan diverse kanonnen en mortieren, die in de loop der tijd op het fort in gebruik zijn geweest.

Waterreservoirs/waterlopen
De watertanks dateren van 1740 en dienden als watervoorziening voor de militairen en later voor de gevangenen.Verder ziet u van bakstenen gemetselde waterlopen. Deze komen uit dezelfde tijd en zijn tot op heden onmisbaar om de waterhuishouding te regelen.

Kruithuis 1740
Dit is één van de oudste gebouwen van het voormalige fort. Het is in 1740 afgebouwd. Na dat jaar heeft het diverse ingrijpende wijzigingen ondergaan. Omdat het te klein was en door zijn constructie als kruithuis ook slecht voldeed, werd een tweede Kruithuis gebouwd.
Kruithuis 1740 kreeg daarna, in 1782, een nieuwe bestemming als artillerie laboratorium.

Kruithuis 1778               IMG_2751
Het ontwerp van dit kruithuis dateert al van 1744. Pas in 1775 werd een aanvang gemaakt met de bouw en in 1778 was het voltooid. Dit kruithuis verkeert nog in authentieke staat. Het heeft een fors tongewelf met een dikte van 90 centimeter, bij de voet nog meer. Dit gewelf draagt de hoizontale dakbalken, er is dus geen kapconstructie. In het sierijzer op de gevel ziet u het wapen van de Sociëteit van Suriname (SVS) waarin de wapens van Amsterdam (de X), de West Indische Compagnie en de familie Van Aersen van Sommelsdijck zijn verwerkt. Deze drie partijen vormden samen de private onderneming Sociëteit van Suriname, gericht op de winstgevende exploitatie van de kolonie. De muurankers aan de voorzijde vormen samen de datering van het pand: 1778.

Koetshuis
De koetsen stammen uit het begin van de 19e eeuw en zijn tot de jaren 60 van de vorige eeuw gebruikt. De zwarte(zonder ruiten) werd Nani of Lanti genoemd en was bestemd voor de armen. Er mocht geen lijkstoet achteraan lopen. De witte, de Anitriwagen, was voor de rijken en daar mocht wel een lijkstoet achter. De brandweerpomp werd bediend door tot brandweer opgeleide slaven die zich “vrijwillig” hadden aangemeld.

Kappa’s                          IMG_2727
Onder meer bij het Kruithuis 1740 ziet u een aantal kappa’s. In deze ijzeren potten werd boven grote houtvuren, suikerrietsap tot suiker gekookt. De slaven en later de contractarbeiders moesten de inhoud continu roeren om caramelisering te voorkomen. Gebeurde dat toch, dan volgde er een zware bestraffing. In de slaventijd bijvoorbeeld met het leggen van een stuk gloeiend houtskool in de open hand van de dader.

Gevangenis
Vanaf 1872 werd een deel van de kazernes als gevangenis (Bandietenhuis) in gebruik genomen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende deze ook als concentratiekamp voor  mensen uit o.a. Nederlands-Indië die van NSB-sympathieën werden verdacht. Over deze zwarte periode is een boek geschreven door A.G. Besier: ‘De Groene Hel’. Voorts voor Duitse krijgsgevangenen, waaronder de bemanning van het koopvaardijschip de Goslar die het schip zelf tot zinken hadden gebracht. De omstandigheden in de gevangenis waren zeer zwaar met negen tot vijftien personen in één cel, geen verkoeling en slechte hygiënische voorzieningen. Er waren ook vier isoleercellen. Bij wangedrag was de standaardstraf een week verblijf in zo’n aardedonkere en niet geventileerde cel. De gevangenis bleef tot 1982 in gebruik. Een deel van de cellen is nu in gebruik als expositieruimte.

Plantagewoning                                    IMG_2844
De plantagewoning is gebouwd in 1986 naar een origineel model. Deze wordt verhuurd voor conferenties en festiviteiten. (NB hier plaatsen: Formulier om huur aan te vragen)

Blikslagerij Brandon
De blikslagerij was gehuisvest in het achtergedeelte van een gebouw aan de Saramaccastraat 20 te Paramaribo. In 2001 is deze gedemonteerd en naar het openluchtmuseum overgebracht. In 2009 vond de herbouw plaats, alsmede de inrichting met gereedschappen en producten. Het is een typisch voorbeeld van Surinaamse architectuur: schuiframen met raamverdeling, de “shutters”, opbouw met rabatdelen, de luifel en de kleuren (wit en lanti grun).

Lichtschip
Dit is één van de eerste lichtschepen van Suriname, gebouwd in 1905. Het heeft van 1911 tot na de Tweede Wereloorlog dienst gedaan in de monding van de Surinamerivier. Langzaam maar zeker wordt het nu overwoekerd en gesloopt door de tropische begroeiing. Thans wordt er gewerkt aan een renovatieplan.

 

Openluchtmuseum Fort Nieuw Amsterdam in Commewijne